![]() |
voornaam |
personalia |
partij/stroming |
loopbaan |
| - | lid koopmanshuis Gebroeders Hartsen, kooplieden, assuradeurs en reders te Amsterdam | |
| - | directeur koopmanshuis Gebroeders Hartsen te Amsterdam, vanaf 1 december 1846 | |
| - | lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 19 september 1859 tot 17 september 1877 | |
| - | minister van Buitenlandse Zaken, van 21 april 1888 tot 21 augustus 1891 | |
| - | lid gemeenteraad van 's-Gravenhage, van 18 augustus 1893 tot 11 oktober 1895 |
partijpolitieke functies |
| - | lid kiesvereeniging Vaderland en Koning te 's-Gravenhage |
nevenfuncties |
| - | commissaris Vaderlandsche Fonds tot aanmoediging van 's lands zeedienst, vanaf 1849 | |
| - | lid Kamer van Koophandel te Amsterdam, van november 1853 tot 1866 (houdt zich bezig met bestudering kanaalplan) | |
| - | rijkscommissaris Entrepot-Dok te Amsterdam, omstreeks 1854 | |
| - | lid Raad van Commissarissen K.N.S.M. (Koninklijke Nederlandsche Stoomboot-Maatschappij), van 1869 tot 1876 | |
| - | ondervoorzitter hoofdcommissie nijverheid, kunst en landbouw ter voorbereiding van het Nederlandsche paviljoen op de wereldtentoonstelling te Parijs, vanaf 27 januari 1877 | |
| - | voorzitter jury koloniale tentoonstelling te Amsterdam, 1883 | |
| - | lid Raad van Commissarissen dagblad "Het Vaderland" te 's-Gravenhage, 1895 |
opleiding |
| - | stages bij handelshuizen in het buitenland |
activiteiten |
| - | Sprak in de Eerste Kamer onder meer over handelsaangelegenheden en koloniale zaken | |
| - | Stemde in 1861 tegen de ontwerp-Wet op de Raad van State | |
| - | Stemde in 1869 tegen het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel | |
| - | Stemde in 1870 tegen het voorstel tot afschaffing van de doodstraf | |
| - | Behoorde in 1870 tot de meerderheid die bewerkstelligde dat de begroting van Nederlands-Indië werd verworpen, wat leidde tot het aftreden van minister De Waal |
| - | Hij maakte zich als minister verdienstelijk door zijn inzet voor het Brusselse tractaat over de slavernij en de kusthandel en voor een conventie over de visserij en drankverkoop op de Noordzee. Kreeg verder te maken met kwesties in Suriname (grens met Frans Guyana) en Borneo (met Engeland). Hij had veel aandacht voor arbitrage als middel tot beslechting of voorkoming van internationale geschillen. Verder bewerkstelligde hij in 1889 dat Nederlands vee weer vrij op de Engelse markt werd toegelaten. |
wetenswaardigheden |
| - | Had veel belangstelling voor Nederlands-Indië. Pleitte voor snellere verbinding door snelzeilende klipperschepen. | |
| - | Voorstander van vrijhandel; tegen protectie van Nederlandse suiker ten nadele van koloniale rietsuiker | |
| - | Pleitte in 1862 voor een Nederlandse Oostspoorweg van Amsterdam naar Anholt | |
| - | Tegenstander van de verovering van Atjeh | |
| - | Had goede contacten met J. Heemskerk Azn., die hem om advies vroeg bij de grote regeringscrisis in 1867 |
| - | Zijn broer was lid van Provinciale Staten van Noord-Holland en voorzitter van de Amsterdamse Kamer van Koophandel | |
| - | Zijn vader was koopman en directeur van de "Hollandsche Sociëteit van Levensverzekeringen" (nevenbedrijf van koopmanshuis Gebr. Hartsen) (1820-1825), gemeenteraadslid van Amsterdam en lid van Provinciale Staten van Noord-Holland | |
| - | Vader Pieter werd in 1841 verheven in de Nederlands adel; inlijving in de adel geschiedde op 3 juli 1844 |
| - | Werd in 1886 in het district Alkmaar verslagen door de liberalen W. van der Kaay en J.L. de Bruyn Kops | |
| - | Werd in 1887 bij tussentijdse verkiezingen in het district Alkmaar verslagen door I.A. Levy (lib.) | |
| - | Was in 1888 Tweede-Kamerkandidaat in het district Alkmaar. Werd na herstemming verslagen door W. van der Kaay (lib.) | |
| - | Eindigde in 1893 bij tussentijdse verkiezingen in het district Beverwijk als derde achter J. van Loenen Martinet (rad.) en Th.L.M.H. Borret (r.k.) |
| - | minister van Koloniën, 1867 (geweigerd om zakelijke en persoonlijke redenen) | |
| - | lid Raad van State in buitengewone dienst, 29 september 1877 (benoeming bij K.B. van 29 sep. 1877 nr. 5; bedankte meteen) | |
| - | lid Raad van State, 1884 |
| - | Amsterdam, Keizersgracht 277, van januari 1823 tot 1825 | |
| - | Amsterdam, Herengracht 338, van 1825 tot 1888 | |
| - | 's-Gravenhage, Zeestraat 76, van 1888 tot 14 oktober 1895 | |
| - | Hilversum, Huize Bouwzicht, van 1873 tot 14 oktober 1895 (buitenhuis) |
| - | Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 19 februari 1867 | |
| - | Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 1891 |
publicaties/bronnen |
| - | M.W. Jurriaanse, "De Nederlandse Ministers van Buitenlandse Zaken 1813-1900" | |
| - | H. van Felius en H.J. Metselaars, "Noordhollandse Statenleden 1840-1919" |
familie/gezin |
| - | directeur assurantiefirma Gebr. Hartsen | |
| - | commissaris "Hollandsche sociëteit van levensverzekeringen" |
| - | Schoonvader van Th. Heemskerk, Tweede-Kamerlid en minister | |
| - | Schoonzoon van J. van Lennep, Tweede-Kamerlid |
| personalia |
||
| partij/stroming |
||
| loopbaan |
||
| partijpolitieke functies |
||
| nevenfuncties |
||
| opleiding |
||
| activiteiten |
||
| wetenswaardigheden |
||
| publicaties/bronnen |
||
| familie/gezin |
||