Mr. C.M.J.F. Goseling

Foto Mr. C.M.J.F. Goseling
Amsterdamse advocaat die al op jeugdige leeftijd partijvoorzitter en fractievoorzitter van de RKSP werd en vervolgens minister. Groot voorstander van de rechtse samenwerking. Bewerkstelligde in 1937 tegen de zin van Colijn dat er een einde kwam aan de samenwerking van 'rechts' met vríjzinnigen. Doortastende minister van Justitie in het kabinet-Colijn IV, die een terughoudend vreemdelingenbeleid voerde. Kwam in opspraak door de affaire-Oss, waarbij aan de opsporingsbevoegdheid van de Marechaussee in Oss was ingetrokken. Overleed tijdens gevangenschap in Buchenwald.

RKSP
in de periode 1929-1939: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, partijvoorzitter

[ V ][ ^^ ]

voornamen (roepnaam)

Carolus Maria Joannes Franciscus (Carel)

[ V ][ ^^ ]

personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 10 juni 1891

overlijdensplaats en -datum
Buchenwald (Dld.), 14 april 1941 (longontsteking)

levensbeschouwing
Rooms-Katholiek

[ V ][ ^^ ]

partij/stroming

partij(en)
RKSP (Roomsch-Katholieke Staatspartij)

[ V ][ ^^ ]

loopbaan

-   advocaat en procureur te Amsterdam, van 1919 tot 24 juni 1937
-   lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1929 tot 27 juni 1937
-   fractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 6 mei 1936 tot 24 juni 1937
-   minister van Justitie, van 24 juni 1937 tot 25 juli 1939
-   geïnterneerd interneringskamp te Buchenwald, van november 1940 tot 14 april 1941

[ V ][ ^^ ]

partijpolitieke functies

-   voorzitter kringbestuur der R.K. kieskringen in Amsterdam
-   voorzitter RKSP, van 23 mei 1930 tot 24 juni 1937
-   vicefractievoorzitter RKSP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van mei 1932 tot mei 1936
-   lijstaanvoerder RKSP Tweede-Kamerverkiezingen 1933 (kieskringen Rotterdam, 's-Gravenhage en Amsterdam)
-   lid Raad voor Studie en Documentatie RKSP, van 1935 tot 1936 (onder meer studie naar herziening van de Grondwet in corporatistische zin)
-   lijstaanvoerder RKSP Tweede-Kamerverkiezingen 1937 (kieskringen Rotterdam, 's-Gravenhage en Amsterdam)
-   politiek leider RKSP, van 24 juni 1937 tot 25 juli 1939

[ V ][ ^^ ]

nevenfuncties

-   voorzitter Commissie van deskundigen voor de tabaksaccijns
-   lid College van Toezicht Ziektewet
-   lid Raad van Toezicht Land- en tuinbouwongevallenwet
-   secretaris Vereeniging tot Weldadigheid van de Allerheiligste Verlosser
-   secretaris Commissie XII van de Hoge Raad van Arbeid, van 1920 tot 1922
-   plaatsvervangend voorzitter Scheidsgerecht voor Gemeentewerklieden
-   lid Raad van Commissarissen N.V. Drukkerij "De Tijd", vanaf september 1931
-   lid Staatscommissie inzake concentratie van scholen voor bijzonder lager onderwijs, van april 1936 tot 16 december 1936

gedelegeerde commissies
-   voorzitter vaste commissie voor Privaat- en Strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1932 tot juni 1937
-   lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1936 tot mei 1937
-   ondervoorzitter van de ministerraad, van 24 juni 1937 tot 25 juli 1939

[ V ][ ^^ ]

opleiding

voortgezet onderwijs
-   gymnasium, R.K. "Sint Ignatius College" te Amsterdam, tot 1909

academische studie
-   rechtswetenschap (gepromoveerd op stellingen) Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, van 1909 tot 1916

[ V ][ ^^ ]

activiteiten

als parlementariër
-   Was justitie-woordvoerder van de RKSP-Tweede-Kamerfractie. Hield zich verder onder meer bezig met economische zaken (handel) en defensie.

opvallend stemgedrag
-   Behoorde in 1930 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een amendement-Boon c.s. stemde die de benoeming van vrouwen tot burgemeester of gemeentesecretaris mogelijk maakte
-   Behoorde in 1932 tot de minderheid van zijn fractie die tegen een wetsvoorstel stemde over een korting van 3 procent op de salarissen van gemeentepersoneel

als bewindspersoon (beleidsmatig)
-   Trachtte tevergeefs op te treden tegen 'wilde bussen' (buslijnen zonder vergunning). Door hem genomen maatregelen werden door de Hoge Raad onverbindend verklaard.
-   Zette, ondanks kritiek in de Tweede Kamer, het beleid van zijn voorganger van een restrictief toelatingsbeleid voor vluchtelingen voort. Vaardigde in mei 1938 een circulaire uit, waarin ook vreemdelingen die (zoals de toenmalige Vreemdelingenwet eiste) over voldoende middelen beschikten met terugwerkende kracht als ongewenste vreemdelingen moesten worden beschouwd. Voegde daaraan later toe dat alleen in zeer uitzonderlijke gevallen hiervan kon worden afgeweken.

[ V ][ ^^ ]

wetenswaardigheden

algemeen
-   Was als waarnemend fractievoorzitter betrokken bij de kabinetsformatie-Aalberse in 1935
-   Kwam in 1939 in opspraak, nadat aan een brigade van de Marechaussee de opsporingsbevoegdheid was ontnomen met betrekking tot criminele activiteiten in Oss. De meerderheid van de Tweede Kamer oordeelde dat de minister weliswaar te goede trouw was geweest, maar zijn beslissing niet voldoende onderbouwd had. Door de val van het kabinet kwam hij niet voor de vraag te staan of hij consequenties moest trekken uit dit oordeel.

uit de privé-sfeer
-   In 1931 oprichter van het Centraal Adviesbureau voor gemeentepolitiek
-   In 1932 oprichter van het partijorgaan "De R.K. Staatspartij"
-   Oprichter Federatie van Vereenigingen van R.K. gemeenteraadsleden
-   Oprichter RKSP-propagandablad "De Opmarsch"
-   Zijn vader was advocaat en procureur

anekdotes
-   Liet zich, nadat hij in 1937 minister was geworden, ook door voormalige collega-Kamerleden met wie hij op goede voet stond, aanspreken als 'excellentie'.

niet-aanvaarde politieke functies
-   minister van Defensie, juli 1935 (geweigerd)

woonplaats(en)/adres(sen)
-   Amsterdam, Cornelis Schuytstraat 60, omstreeks 1931 en nog in 1936
-   's-Gravenhage, Joh. van Oldenbarneveltlaan 19, omstreeks 1938

ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1939

rang(en) reserve-officier
-   reserve-officier der artillerie, van 1914 tot 1919 (gemobiliseerd)
-   reserve-kapitein der artillerie, van 1 november 1931 tot mei 1940 (gemobiliseerd 1 augustus 1939)

[ V ][ ^^ ]

publicaties/bronnen

literatuur/documentatie
-   J.H. Roes, "Goseling, Carolus Maria Joannes Franciscus (1891-1941)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel I, 206
-   J. van Merriënboer, "Mr. C.J.M.F. Goseling: Parlementslid, partijvoorzitter en fractievoorzitter van de RKSP en minister van justitie in de jaren dertig", in: Jaarboek Katholiek Documentatie Centrum 20 (1990) 97-121
-   P.J. Oud, "Het Jongste Verleden", deel VI

archivalia via site Nationaal Archief
vindplaatsen en beschrijvingen verzameld door het Nationaal Archief

Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland

[ V ][ ^^ ]

familie/gezin

huwelijk/samenlevingsvorm
gehuwd, 13 september 1915

naam echtgeno(o)t(e)/partner
E.P.H. Menken, Elisabeth Paula Hermina Maria

kinderen
1 zoon

naam vader
Mr. E.J.C. Goseling, Egbertus Joannes Cornelis

naam moeder
M.C.F. Heijman, Mathilde Caroline Françoise



Gegevens hebben - zeker voor wat het recente verleden betreft - vooral betrekking op de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief was. (Gemotiveerde) aanvullingen of correcties ontvangen wij graag. U kunt hiervoor de "reageer-knop" gebruiken.


personalia
partij/stroming
loopbaan
partijpolitieke functies
nevenfuncties
opleiding
activiteiten
wetenswaardigheden
publicaties/bronnen
familie/gezin
Nieuws
TXT/Print-versie voor correct en passend afdrukken (verschijnt in een nieuw venster)Reageer op deze pagina. Aanvullingen en suggesties zijn altijd welkom!
homeHome           Route