| - | |
waarnemend ambtenaar Openbaar Ministerie te Rotterdam, van 1942 tot januari 1944 |
| - | |
ambtenaar Openbaar Ministerie te Rotterdam, van 4 januari 1944 tot 1951 |
| - | |
waarnemend advocaat-fiscaal, Bijzonder Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1947 tot 1948 |
| - | |
advocaat-fiscaal Bijzonder Gerechtshof te 's-Gravenhage, van 1948 tot april 1951 |
| - | |
belast met reorganisatie, ministerie van Justitie, van januari 1951 tot januari 1952 |
| - | |
substituut-Officier van Justitie te Rotterdam, van 21 april 1951 tot juli 1956 |
| - | |
ambtenaar afdeling politie (belast met reorganisatie van de politie), ministerie van Justitie, van januari 1952 tot juli 1956 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 3 juli 1956 tot 28 februari 1968 |
| - | |
voorzitter KRO (Katholieke Radio-Omroep), van 1 juli 1961 tot 11 mei 1973 |
| - | |
minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk, van 11 mei 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
voorzitter Vereniging van katholieke gezinsvoogdij en patronage "Sint Raymundus" te Rotterdam, omstreeks 1954 |
| - | |
lid Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad, omstreeks 1959 |
| - | |
lid bestuur NRU (Nederlandse Radio Unie), van 1961 tot 1966 |
| - | |
lid bestuur NTS (Nederlandse Televisie Stichting), van 1961 tot 1966 |
| - | |
lid Pacificatiecommissie voor de omroepkwestie, van 30 december 1963 tot 1965 |
| - | |
voorzitter sectie gevangeniswezen, Centrale Raad van Advies voor het gevangeniswezen, de Psychopatenzorg en de Reclassering,, omstreeks 1970 tot mei 1973 |
| - | |
voorzitter Federatie Omroepverenigingen, van 1971 tot mei 1973 (NOS) |
| - | |
voorzitter NCB (Nederland Centrum Buitenlanders), van 1978 tot 1992 |
| - | |
rechter-plaatsvervanger Arrondissementsrechtbank te Utrecht, van september 1979 tot 1 november 1985 |
| - | |
voorzitter Algemene Reclasseringsvereniging, omstreeks 1984 |
| - | |
Behoorde in 1957 tot de minderheid van zijn fractie die tegen de ontwerp-Deltawet stemde |
| - | |
In 1961 stemden hij en J.M. Peters als enigen van hun fractie vóór een motie-Baart over verbetering van de positie van het omroeppersoneel |
| - | |
Behoorde in 1963 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Kranenburg stemde, waarin de regering onbevoegd werd verklaard op grond van het televisiebesluit 1956 preventief toezicht uit te oefenen op tv-uitzendingen |
| - | |
Behoorde in 1964 tot de minderheid van zijn fractie die tegen het wetsvoorstel Instelling openbaar lichaam Rijnmond stemde |
| - | |
Behoorde in 1964 tot de minderheid van zijn fractie die vóór het (onaanvaardbaar verklaarde) amendement-Scheps stemde, waardoor de Bijlmermeer bij de gemeente Amsterdam zou worden gevoegd |
| - | |
Behoorde op 14 oktober 1966 met Laan, Verdijk en mevrouw Kessel tot de minderheid van zijn fractie, die tegen de motie-Schmelzer stemde. Aanneming van deze motie leidde tot de val van het kabinet-Cals/Vondeling. |
| - | |
Behoorde in 1967 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Voogd over afschaffing van keuring van tv-films stemde |
| - | |
Behoorde in februari 1968 met Kessel en Westerterp tot de minderheid van de KVP-fractie die vóór een motie-Aarden stemde, waarin om verhoging van het budget voor ontwikkelingshulp werd gevraagd |
| - | |
Stelde in september 1974 het Bedrijfsfonds voor de Pers in, nadat hij eerst via een ad hoc-regeling dagblad "De Tijd" had ondersteund (overigens tevergeefs). De Tweede Kamer bekritiseerde deze steun via een ad hoc-regeling zonder dat er een Bedrijfsfonds was dat hierover kon adviseren. |
| - | |
Gaf in 1974 de Stichting Amsterdamse Draadloze Omroep (STAD) een vergunning om in de Amsterdamse regio (experimenteel) een regionale radio-omroep te starten. |
| - | |
Bracht in 1974 een Sportnota uit. Meer mensen moeten worden betrokken bij actieve sportbeoefening. Daarvoor wordt 1,4 miljoen gulden uitgetrokken. Het accent komt te liggen op 'bewegen' (sportieve recreatie) boven strikte vormen van sportbeoefening. Er komt een subsidieregeling kaderopleiding en een subsidieregeling voor de centrale administratie van landelijke sportorganisaties. Het extra geld dat voor sport wordt uitgetrokken, is onder meer bestemd voor nieuwe accommodaties. |
| - | |
Bracht in 1974 de Knelpuntennota Welzijnsbeleid uit. Gemeenten en (toekomstige) gewesten moeten een belangrijke rol krijgen bij voorbereiding en uitvoering van het welzijnsbeleid. De bereikbaarheid van welzijnsvoorziening en het democratisch functioneren van instellingen moet worden verbeterd. Wetgeving moet het toezicht op de uitvoering van het beleid vastleggen en er moet een vast college van advies en bijstand voor het welzijnsbeleid komen. |
| - | |
Installeerde op 17 december 1974 de Nationale Commissie voor Emancipatievraagstukken en diezelfde maand het Nationaal Comité Internationaal Jaar van de Vrouw 1975 |
| - | |
Bracht in 1975 met staatssecretaris Van Hulten nota's inzake het Massamediabeleid en inzake de draadomroep uit. De nota moet de aanzet geven voor het politieke beleid op mediagebied. Doel is het verwezenlijken van een samenhangend beleid om zowel de vrijheid van meningsuiting als een zo ruim mogelijke deelname van het gebruik van de media te bevorderen. De regering zal geen concessie verlenen voor aanleg en exploitatie van een landelijk centraal antennesysteem. Aanleg van antennesystemen wordt een gemeentelijke taak. |
| - | |
Gaf in 1975 toestemming voor de nieuwe (klassieke) zender Hilversum IV |
| - | |
Benoemde in 1975 zijn partijgenoot Jurgens tot voorzitter van de NOS |
| - | |
Bracht in 1975 de Nota Adviesaanvraag Algemeen Maatschappelijk Werk uit |
| - | |
Gaf in 1976 toestemming voor oprichting van een Fonds voor de Scheppende Toonkunst |
| - | |
Brcaht in 1976 de Nota enige beleidsgevolgen voor Nederland van het internationaal jaar voor de vrouw uit |
| - | |
Bracht in 1976 de Nota Kunst en Kunstbeleid. Hierin staan uitgangspunten en doelstellingen van het kunstbeleid. Kunst en kunstenaars moeten onderdeel worden van een algeheel cultuurbeleid en moeten bij maatschappelijke processen, zoals onderwijs, stadsvernieuwing en vormingswerk betrokken worden. De participatie van de bevolking aan kunst moet worden bevorderd. Het kunstbeleid moet gericht zijn op het ontwikkelen en in stand houden van culturele waarden. Het kunstbeleid zal meer worden gedecentraliseerd; gemeenten krijgen meer ruimte voor het voeren van een eigen beleid. De algemene nota wordt in 1976 gevolgd door de sectornota's over het orkestenbestel en over het toneelbeleid en door de Nota 'Naar een nieuw museumbeleid'. |
| - | |
Beperkte in 1976 de mogelijkheden voor omroeporganisaties om via de t.v. reclame te maken voor zichzelf en voor het eigen omroepblad en om leden te werven via aanbiedingen van boeken, platen etc. |
| - | |
Bracht in 1977 de Emancipatienota uit |
| - | |
"Oud-minister Harry van Doorn: 'Ik hoefde nooit twee keer te zeggen dat ik iets niet pikte', Haagse Post, 2 augustus 1980 |
| - | |
Maarten Huygen, "Afscheid van een statig magistraat met natuurlijk gezag", NRC Handelsblad, 30 oktober 1985 |
| - | |
F. Groeneveld, "H.W. van Doorn 1915-1992; Katholiek bestuurder", NRC Handelsblad, 13 januari 1992 |
| - | |
K. Bastianen, "Mr Harry van Doorn stond model voor een linkse héér" (in memoriam), De Volkskrant, 14 januari 1992 |
| - | |
H. Goslinga, "Oud-politicus pleitte al vroeg voor een duaal omroepbestel. Harry van Doorn 1915-1992", Trouw, 14 januari 1992 |
| - | |
J. Bosmans, "Doorn, Henri Willem van (1915-1992)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel VI (elektronische versie) |