| - | |
advocaat en procureur te Rotterdam, van 1924 tot 1 september 1952 |
| - | |
lid gemeenteraad van Rotterdam, van 6 september 1927 tot 1 september 1941 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 7 juli 1931 tot 1 september 1941 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 2 oktober 1935 tot 2 september 1952 |
| - | |
geïnterneerd gijzelaarskamp te Sint-Michielsgestel, van augustus 1942 tot december 1943 |
| - | |
ondergedoken in de Betuwe, van december 1943 tot oktober 1944 |
| - | |
lid gemeenteraad van Rotterdam, van 9 november 1945 tot 2 september 1952 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland, van 20 juni 1946 tot 2 september 1952 |
| - | |
fractievoorzitter PvdA Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 januari 1951 tot 2 september 1952 (vanwege ziekte nam Burger voor hem tot september 1951 waar) |
| - | |
minister van Justitie, van 2 september 1952 tot 4 februari 1956 |
| - | |
secretaris SDAP-commissie voorbereiding rapport "Nieuwe Organen", vanaf 1926 |
| - | |
lid SDAP-commissie ter bestudering van de huwelijkswetgeving, vanaf mei 1926 |
| - | |
fractievoorzitter SDAP gemeenteraad van Rotterdam, van 1 september 1931 tot 1 september 1941 |
| - | |
voorzitter Sociaal-Democratische Vereeniging voor Bevrijd Gebied, vanaf januari 1945 (oprichter) |
| - | |
lid ereraad SDAP, 1945 (beoordeling rol partijleden tijdens de bezetting; bedankte hiervoor omdat hij het fundamenteel oneens was met het gevoerde beleid) |
| - | |
fractievoorzitter PvdA gemeenteraad van Rotterdam, van november 1945 tot 2 september 1952 |
| - | |
lid Ambtenarengerecht |
| - | |
plaatsvervangend griffier Raad van Beroep, van 1926 tot 1928 |
| - | |
lid Rijkscommissie werkloosheidsverzekering, van 1930 tot 1935 |
| - | |
lid bestuur Nederlandse Bond tot Kinderbescherming |
| - | |
hoofdredacteur "Het Vrije Volk", van 1 maart 1945 tot april 1945 |
| - | |
lid Staatscommissie Bezettingsrecht, van 21 januari 1946 tot oktober 1952 |
| - | |
plaatsvervangend voorzitter scheidsgerecht voor Ziektewet, vanaf 1946 |
| - | |
lid Raad van Advies Landelijk Comité voor Rechtszekerheid, vanaf 1946 |
| - | |
lid Algemeen College van Toezicht, Bijstand en Advies voor het Rijkstucht- en opvoedingswezen, omstreeks 1946 |
| - | |
lid Staatscommissie inzake herziening van de Nederlandse Burgerlijke Wetgeving, van 3 december 1947 tot 2 september 1952 |
| - | |
voorzitter Raad voor het Rechtsherstel, van oktober 1948 tot 2 september 1952 |
| - | |
kabinetsformateur, van 5 augustus 1952 tot 21 augustus 1952 |
| - | |
voorzitter parlementaire enquêtecommissie regeringsbeleid 1940-1945 (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1947 tot 2 september 1952 |
| - | |
voorzitter vaste commissie voor privaat- en strafrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1946 tot september 1952 |
| - | |
voorzitter West-Indische Commissie (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1951 tot september 1952 |
| - | |
lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1951 tot september 1952 |
| - | |
voorzitter Commissie van Voorbereiding voor de wetsontwerpen inzake de Grondwetsherziening (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van november 1951 tot 1952 |
| - | |
Verleende in 1952 gratie aan Lages, omdat het doodvonnis al twee jaar eerder was uitgesproken en hij langer uitstel in strijd met een behoorlijke rechtstoepassing achtte |
| - | |
Had een groot aandeel in de totstandkoming van het Statuut van het Koninkrijk in 1954 |
| - | |
Diende in 1954 met Beel een ontwerp-Politiewet in. Het voorstel werd in 1957 door de ministers Struijcken en Samkalden in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Diende wetsvoorstellen in voor de eerste vier van de negen boeken van het Nieuw Burgerlijk Wetboek |
| - | |
Diende in 1955 wetsvoorstellen in tot herziening van het kinderstrafrecht en kinderprocesrecht en tot vaststelling van een Beginselwet voor de kinderbescherming |
| - | |
Diende in 1955 samen met minister Mansholt een ontwerp-Pachtwet in. Deze werd in 1958 door de ministers Samkalden en Vondeling in het Staatsblad gebracht. |
| - | |
Bij zijn overlijden waren 21 wetsvoorstellen bij de Tweede Kamer aanhangig en 25 in voorbereiding |
| - | |
Bracht in 1953 de Wet voorziening ter wegneming van staatloosheid (Stb. 363) tot stand. Dit is vooral van belang voor Nederlanders die in vreemde krijgsdienst zijn getreden; er wordt echter niet overgegaan tot automatische naturalisatie. Het wetsvoorstel was in 1951 ingediend door minister Mulderije. |
| - | |
Bracht in 1953 een wet(Stb. 619) houdende een nieuwe regeling van het ontslagrecht tot stand. Deze bevat onder meer verlenging van de opzeggingstermijn bij ontslag door zowel werkgever als werknemer en een betere bescherming tegen 'onredelijk' ontslag. Het wetsvoorstel was in 1948 ingediend door minister Van Maarseveen. |
| - | |
Bracht in 1954 een wet (Stb. 407) tot stand inzake de invoering van een maximum leeftijdsgrens van 70 jaar voor het notarisambt en tot oprichting van een notarieel pensioenfonds. |
| - | |
Bracht in 1954 de Wet administratieve rechtspraak bedrijfsorganisatie (Stb. 416) en Tuchtrechtspraak bedrijfsorganisatie (Stb. 416) tot stand. Er komt een College van Beroep voor het bedrijfsleven waar belanghebbende beroep kunnen instellen tegen besluiten van publiekrechtelijke lichamen. De wetsvoorstellen waren in 1952 ingediend door minister Mulderije. |
| - | |
Bracht in 1954 een wet (Stb. 602) tot reorganisatie van de voogdijraden tot stand. De voogdijraden krijgen de naam raden voor de kinderbescherming en hun functie wordt verbreed. |
| - | |
Bracht in 1955 de Beroepswet (Stb. 47) tot stand over de organisatie en procedure van de Centrale Raad van Beroep en de raden van beroep inzake behandeling van twistgeschillen tussen werkgevers en werknemers. De colleges zijn belast met de administratieve rechtspraak op het gebied van de sociale zekerheid. De Centrale Raad is mede belast met hoger beroep in ambtenaren- en pensioenzaken. |
| - | |
Bracht in 1955 een wijziging (Stb. 323) van het Burgerlijk Wetboek inzake de ondertoezichtstelling van kinderen tot stand. Buitenhuisverpleging wordt in principe beperkt tot twee jaar en moet worden bevolen door de kinderrechter. |
| - | |
Bracht in 1955 de Wet op de justitiële documentatie en op de verklaringen omtrent het gedrag (Stb. 395) tot stand. Deze wet regelt de toegang tot gegevens over iemands strafblad. Justitiële gegevens zijn slechts in beperkte mate toegankelijk voor personen buiten de rechterlijke macht. De wet vervangt het besluit justitiële documentatie uit 1951. |
| - | |
Bracht in 1955 een wet inzake het tegengaan van lichtvaardige echtscheiding tot stand. Deze wet trad echter nimmer in werking. Het voorstel was in 1948 door minister Van Maarseveen ingediend. |
| - | |
Bracht in 1956 een wet (Stb. 42) tot stand waarbij de mogelijkheid van adoptie werd ingevoerd. Bij adoptie staat het belang van het kind voorop. Aan het adopterend gezin wordt de eis gesteld dat het zoveel mogelijk gelijkwaardig is aan het ouderlijk milieu. Er komen eisen aan zowel de adoptief ouders als aan de eventuele samenstelling van het adoptiegezin. Ook kinderlozen mogen kinderen adopteren. Adoptiekinderen krijgen de staat van wettig kind der adoptanten en hun burgerlijke betrekkingen met de oorspronkelijke ouders en bloed- en aanverwanten houden op. Verzet van natuurlijke ouders tegen adoptie via rechtsmiddelen is mogelijk. |
| - | |
"Mr. L.A. Donker", in: Nederlands Juristenblad, 31 (1956) |
| - | |
J. Zeelenberg, "Bij de dood van Mr. L.A. Donker. Zijn werken volgen hem na", in: Socialisme en Democratie 13 (1956) |
| - | |
Redevoeringen gehouden bij het overlijden en de crematie van de heer mr. L.A. Donker, minister van Justitie (z.p., 1956) (bevat portret, redevoeringen van J. van Vollenhoven e.a.) |
| - | |
J. Bosmans, "Donker, Leendert Antonie (1899-1956)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 130 |
| - | |
D. Hillenius, "Ereraad", in: "Hillenius Gebundeld", 92 e.v. |