| - | |
advocaat te Groningen, vanaf 1831 |
| - | |
notaris te Groningen, van 22 februari 1834 tot 10 november 1864 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Groningen voor de stad Groningen, van 3 juli 1849 tot 24 september 1850 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Groningen voor het kiesdistrict Groningen, van 24 september 1850 tot december 1850 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Groningen, van 16 december 1850 tot 17 september 1877 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Groningen voor het kiesdistrict Groningen, van juli 1877 tot september 1879 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Groningen, van 16 september 1879 tot 5 maart 1882 |
| - | |
lid gemeenteraad van Groningen |
| - | |
Sprak in de Eerste Kamer onder meer over koloniale zaken, waterstaat, spoorwegen en binnenlandse zaken |
| - | |
Stemde in 1865 tegen de ontwerp-Wet op het Geneeskundig Staatstoezicht en tegen het wetsvoorstel over uitoefening van de geneeskunde |
| - | |
Was in 1868 de voornaamste initiatiefnemer tot het bijeenroepen van de Eerste Kamer, om een adres te kunnen opstellen waarin erbij de koning moest worden aangedrongen de Tweede Kamer niet voor de derde achtereenvolgende maal te ontbinden; mede-initiatiefnemers waren de leden Van Eysinga, Hein, Nobel en Van Swinderen |
| - | |
Behoorde in 1870 tot de meerderheid die bewerkstelligde dat de begroting van Nederlands-Indië werd verworpen, wat leidde tot het aftreden van minister De Waal |
| - | |
Stemde in 1870 tegen het voorstel tot afschaffing van de doodstraf |