| - | |
procureur, vanaf 1822 |
| - | |
vrederechter te Deventer |
| - | |
kantonrechter te Deventer, van 1826 tot juni 1855 |
| - | |
lid stedelijke raad (later gemeenteraad) van Deventer, van 1827 tot 1874 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Overijssel voor de steden (Deventer), van 4 juli 1837 tot augustus 1840 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Overijssel voor de steden (Deventer), van oktober 1840 tot 18 oktober 1842 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 18 oktober 1842 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 7 oktober 1850 tot 19 september 1853 (herbenoemd als kantonrechter) |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Overijssel, van 5 april 1854 tot 15 september 1873 |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer vooral over financiële onderwerpen (muntwezen, belastingen, Rekenkamer) |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 15 leden die tegen een aanvulling van de instructie aan de Algemene Rekenkamer stemden, omdat die tot onvoldoende verbetering van het toezicht zou leiden |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 28 leden die vóór het ontwerp-Adres van Antwoord stemde, waarin werd aangedrongen op grondwetsherziening |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Stemde in 1848, met uitzondering van hoofdstuk IV (alleen bij de eerste lezing tegen), vóór alle voorstellen tot Grondwetsherziening |
| - | |
Sprak in de Eerste Kamer onder andere over justitiële onderwerpen, waterstaat, financiën, handel en Indische zaken |
| - | |
Behoorde in 1862 tot de vier Eerste-Kamerleden die vóór de (verworpen) Indische begroting stemden |
| - | |
Stemde in 1869 vóór het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel |
| - | |
Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf |