| - | |
medewerker bedrijf Zonneveld & Philippo (tijdens studie, ieder jaar vanaf 1950 gedurende een paar maanden) |
| - | |
medewerker administratie Vrije Universiteit te Amsterdam (tijdens studie) |
| - | |
economisch medewerker wetenschappelijke afdeling CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond) te Utrecht, van 3 augustus 1953 tot september 1964 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1964 tot 6 juli 1971 |
| - | |
lid Europees Parlement, van 8 mei 1967 tot 6 juli 1971 (aangewezen door de Staten-Generaal) |
| - | |
minister van Sociale Zaken, van 6 juli 1971 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 7 december 1972 tot 7 maart 1973 |
| - | |
minister van Landbouw en Visserij, van 1 januari 1973 tot 11 mei 1973 (na het aftreden van minister Lardinois) |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 8 juni 1977 tot 8 september 1977 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 januari 1978 tot 1 november 1978 |
| - | |
hoofd divisie Techniek en Bouw OGEM (Overzeesche Gas- en Electriciteits Maatschappij), van 1 december 1978 tot juni 1981 |
| - | |
ambteloos, van juni 1981 tot 1 september 1983 |
| - | |
directeur stadsreiniging te Amsterdam, van 1 september 1983 tot december 1993 |
| - | |
lid Centrale Plancommissie |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van januari 1960 tot 1 april 1964 |
| - | |
economisch adviseur CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1969 tot 1971 |
| - | |
docent economie CICSA (Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid) te Amsterdam, tot 1971 |
| - | |
lid bestuur Nationaal Instituut voor Toegepast Huishoudkundig Onderzoek |
| - | |
voorzitter Consumenten Contact Orgaan |
| - | |
lid Centrale Commissie voor de Statistiek, tot 1971 |
| - | |
voorzitter Stichting vergelijkend warenonderzoek |
| - | |
lid bestuur Nationaal Ziekenhuisinstituut |
| - | |
lid Noord-Atlantische Assemblée, van januari 1978 tot november 1978 |
| - | |
hoofd Sociale Dienst van het CNV |
| - | |
lid Raad van Commissarissen ABN (Algemene Bank Nederland), tot 1 mei 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen zetmeelbedrijf "De Bijenkorf" |
| - | |
voorzitter Stichting voorzieningsfonds voor kunstenaars te 's-Gravenhage, van 1 juli 1987 tot 1994 |
| - | |
voorzitter RBA (Regionaal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening) Midden-Brabant, vanaf 1 januari 1995 |
| - | |
Stemde in 1966 als enige van zijn fractie tegen een verhoging van de omzetbelasting in het kader van het belastingplan 1967 van minister Zijlstra |
| - | |
Behoorde in 1967 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een motie-Voogd over afschaffing van keuring van tv-films stemde |
| - | |
In 1967 stemden hij en Van Bennekom als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Aarden waarin om een bezuiniging van f 38 miljoen op de defensiebegroting werd gevraagd |
| - | |
Stemde in 1969 als enige van zijn fractie tegen een amendement van zijn fractiegenoot Boertien dat beoogde de verkoop van condooms via automaten aan banden te leggen |
| - | |
Stemde in 1969 als enige van zijn fractie tegen een wetsvoorstel om de inkomstenbelasting als correctie voor de inflatie te verlagen |
| - | |
In 1970 stemden hij en mevrouw Van Leeuwen als enigen van hun fractie vóór een (verworpen) motie-Den Uyl waarin de door de regering genomen loonmaatregel werd afgewezen |
| - | |
Behoorde in 1978 tot de minderheid van zijn fractie die vóór een (verworpen) motie-Den Uyl stemde over het afzien van een korting op de sociale uitkeringen per 1 januari 1979 |
| - | |
Verzette zich in het kabinet-Biesheuvel I tegen het nemen van een loonmaatregel. Kwam hierdoor in het kabinet tegenover de ministers van DS'70 te staan. |
| - | |
Was in het kabinet-Den Uyl eerstverantwoordelijke voor het beleid van inkomensnivellering, waarbij het minimumloon en sociale uitkeringen werden verhoogd en topinkomens werden gematigd. Trok de leeftijd voor het minimumjeugdloon op van 15 tot 22 jaar en voerde diverse verhogingen door van de bijstand, de AOW en van het minimumloon. Per 1 juli 1974 werd het minimumloon met 10,7 procent en de AOW/AWW-pensioenen met circa 7 procent verhoogd. Ook per 1 april 1975 en 1 januari 1976 werden (extra) verhogingen doorgevoerd, waardoor de netto AOW-uitkering gelijk werd gesteld aan het netto-minimumloon. |
| - | |
Was in 1973 met minister Lubbers de voornaamste verdediger van het wetsvoorstel Machtigingswet inkomensvorming en bescherming werkgelegenheid, die het kabinet bevoegdheden gaf om de loon- en prijsontwikkeling in de hand te houden |
| - | |
Vaardigde in 1974, 1975 en 1976 beperkte loonmaatregelen uit |
| - | |
Tijdens zijn ministerschap werd (in 1974) de in 1970 ingediende Nota buitenlandse werknemers behandeld. Zag onder druk van de Tweede Kamer af van een bonus ('vertrekpremie') voor terugkerende buitenlandse werknemers. Wel krijgen zij een bijdrage voor reïntegratie in het land van herkomst. Moest ook afzien van een maximering van het aantal buitenlandse werknemers per bedrijf. |
| - | |
Bracht in 1975 samen met onder anderen minister Lubbers de Interimnota Inkomensbeleid uit. Hierin staat een nieuw programma van aanvullende werkgelegenheid en worden maatregelen aangekondigd om de arbeidsmarkt beter te laten werken. Er komen speciale maatregelen om de werkgelegenheid in de bouw te vergroten en er komt extra geld beschikbaar voor het arbeidsmarktbeleid. |
| - | |
Diende in 1975 samen met staatssecretaris Zeevalking het wetsvoorstel Wet arbeid buitenlandse werknemers in, die moet regelen dat niet de buitenlandse werknemer maar de Nederlandse werkgever een vergunning moet hebben voor werkzaamheden van buitenlandse werknemers. Verdedigde dit voorstel in 1976 met succes in de Tweede Kamer. De ministers Albeda en De Ruiter brachten het voorstel in 1978 in het Staatsblad. |
| - | |
Diende in 1976 samen met minister Duisenberg een wetsvoorstel in tot invoering van een Vermogensaanwasdeling (VAD). Hierdoor moeten overwinsten van bedrijven ten goede komen aan de werknemers via een fonds, dat door de vakbonden moet worden beheerd. Het wetsvoorstel werd door het opvolgende kabinet ingetrokken. |
| - | |
Diende in 1976 samen met minister Van Agt een wetsvoorstel Herziening van de Wet op de ondernemingsraden in, waardoor de ondernemingsraden een zelfstandiger positie moeten krijgen binnen de onderneming. Verdedigde dit voorstel in 1977 in de Tweede Kamer, maar de behandeling werd niet afgerond. Minister Albeda bracht de (gewijzigde) wet in 1979 in het Staatsblad. |
| - | |
Diende in 1977 een ontwerp-Arbeidsomstandighedenwet in, die door zijn opvolger in 1980 in het Staatsblad werd gebracht |
| - | |
Diende in 1977 een ontwerp-Wet openbaarheid van inkomens. Dit voorstel werd in 1985 ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Van der Stee de Wet begeleiding van spaarloon op het terrein van de belasting- en premieheffing (Stb. 697) tot stand. Om bezitsvorming te stimuleren komt er een belastingvrijstelling op spaarbewijzen. De Algemene Premiespaarwet wordt ingetrokken. |
| - | |
Bracht in 1972 samen met staatssecretaris Rietkerk een wet tot stand inzake verhoging van pensioenen en uitkeringen aan ouderen en van de ziekenfondsgrens voor bejaarden |
| - | |
Bracht in 1973 samen met staatssecretaris Van Hulten de Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart (Stb. 380) in het Staatsblad. Via een AMvB werd aan overwerk door schepelingen aan boord van zeeschepen, gerekend over een periode van 28 dagen, een limiet gesteld, dat per schip kon verschillen. Daarbij was tevens een bepaalde rusttijd voorgeschreven. Bij de indiening in 1971 was staatssecretaris Kruisinga medeondertekenaar. |
| - | |
Bracht in 1974 de Wet inzake gevaarlijke werktuigen (Stb. 161 en 162) tot stand, die de minister de mogelijkheid biedt invoer, uitvoer, gebruik, vervoer en tentoonstelling van gevaarlijke werktuigen te verbieden |
| - | |
Bracht in 1975 de Wet gelijk loon vrouwen en mannen (Stb. 129) tot stand. Vrouwelijke werknemers hebben bij gelijksoortige arbeid recht op het zelfde loon als mannelijke werknemers. |
| - | |
Bracht in 1975 samen met staatssecretaris Mertens de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) (Stb. 674) tot stand, die ook voor werknemers die niet in loondienst zijn (landbouwers, zelfstandigen) een verzekering geeft tegen arbeidsongeschiktheid. |
| - | |
Bracht in 1976 een wijziging (Stb. 346) van de Wet op de loonvorming 1970 tot stand, waardoor het omstreden artikel 8 over het onverbindendverklaren van c.a.o.'s - dat overigens nooit werd toegepast - werd geschrapt. |
| - | |
Bracht in 1976 de Wet melding collectief ontslag (Stb. 223) tot stand. Deze verplicht een werkgever die ten minste twintig werknemers wil ontslaan, dit ontslag drie maanden tevoren te melden bij de directeur van het gewestelijk arbeidsbureau en bij de vakorganisaties. |
| - | |
Bracht in 1976 samen met minister Van Agt een wet (Stb. 295) inzake ontslagverbod bij huwelijk, zwangerschap en bevalling tot stand. |
| - | |
Bracht in 1977 een wijziging (Stb. 360) van de Arbeidswet 1919 tot stand, waarbij een apart jongerenstatuut werd ingevoerd. Dit statuut bevat onder meer regels over arbeid van lichte aard door kinderen van 14 en 15 jaar (zoals vakantiewerk, krantenbezorgen, culturele optredens) en over rusttijden na die arbeid. |