| - | |
landbouwer te Garsthuizen (Gr.) |
| - | |
lid gemeenteraad van Uithuizermeeden, van 6 september 1927 tot 1929 |
| - | |
lid gemeenteraad van Stedum, van 1933 tot 3 september 1935 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 7 november 1946 tot 27 juli 1948 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 27 juli 1948 tot 5 juni 1963 |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten van Groningen, van juni 1954 tot juni 1958 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Groningen, van 6 juli 1954 tot 7 juli 1970 |
| - | |
lid Gedeputeerde Staten van Groningen, van 1 juni 1966 tot oktober 1969 |
| - | |
voorzitter CBTB (Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond) in Groningen, van 1940 tot 1954 |
| - | |
lid dagelijks bestuur CBTB (Nederlandse Christelijke Boeren- en Tuindersbond), van 1940 tot 1954 |
| - | |
lid Nationale Advies Commissie (adviescollege voor de samenstelling van de Voorlopige Staten-Generaal), van 20 juli 1945 tot 16 november 1945 |
| - | |
lid Centrale Commissie van Bijstand en advies voor de directeur-generaal van het Rijksarbeidsbureau, omstreeks 1946 |
| - | |
lid Centrale Adviescommissie voor de prijspolitiek, omstreeks 1946 |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1951 tot 1954 |
| - | |
lid bestuur SVr (Sociale Verzekeringsraad), van 1952 tot 1954 |
| - | |
lid Zuiderzeeraad, omstreeks 1956 |
| - | |
lid bestuur Stichting van de Arbeid |
| - | |
voorzitter Landbouwschap, van 3 mei 1960 tot 1 juni 1966 |
| - | |
lid bestuur Coöperatie aan- en verkoopvereniging voor de landbouw "CEBECO" te Rotterdam |
| - | |
lid Raad van Commissarissen N.V. Grontmij te De Bilt |
| - | |
lid bestuur Hoofdbedrijfschap voor Akkerbouwprodukten |
| - | |
lid Raad van Commissarissen busonderneming N.V. "Gado" |
| - | |
Was landbouw-woordvoerder van de ARP-Tweede Kamerfractie. Hield zich verder bezig met volkshuisvesting, sociale zaken en waterstaatszaken. |
| - | |
Was in 1957 één van de woordvoerders van zijn fractie bij de behandeling van de ontwerp-Deltawet |
| - | |
Een door hem in 1958 ingediend (en aangenomen) amendement op het wetsvoorstel wijziging van de Wet vervreemding landbouwgronden, leidde ertoe dat de werkingsduur van de wet beperkt werd tot 1 januari 1963. Aanneming van dit amendement, dat inging tegen de door de regering voorgestane blijvende prijsbeheersing van landbouwgronden, droeg sterk bij aan toenemende spanning in de coalitie. |
| - | |
Interpelleerde op 27 februari 1958 de ministers Suurhoff, Witte en Zijlstra over de stijgende werkloosheid |
| - | |
Voerde in 1961 het woord bij de behandeling van de ontwerp-Wet op de ruimtelijke ordening |