| - | |
arts te Amsterdam, van 1835 tot 1840 (moest om gezondheidsredenen een ander beroep kiezen) |
| - | |
lid firma "J. van Beeck Vollenhoven & Comp." te Amsterdam |
| - | |
lid firma kooplieden in graan "Van Heukelom en Vollenhoven", van 1840 tot 1867 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Noord-Holland voor de steden (Amsterdam) tot 1847 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 8 december 1847 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Noord-Holland, van 7 oktober 1850 tot 1 augustus 1871 |
| - | |
voorzitter Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1870 tot 1 augustus 1871 (benoemd bij K.B. van 17-09-1870) |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Voerde in 1848 het woord bij de algemene beschouwingen over de Grondwetsherziening, bij de behandelingen van het hoofdstuk over de koning en bij behandeling van de additionele arikelen |
| - | |
Stemde in 1848 vóór alle voorstellen tot Grondwetsherziening, met uitzondering van de additionele artikelen (in eerste lezing) |
| - | |
Sprak in de Eerste Kamer over uiteenlopende onderwerpen, zoals buitenlandse zaken, accijnzen, spoorwegen, pensioenen en Koloniale zaken |
| - | |
Stemde in 1869 vóór het voorstel tot afschaffing van het dagbladzegel |
| - | |
Stemde in 1870 vóór het voorstel tot afschaffing van de doodstraf |
| - | |
advocaat te 's-Gravenhage, van 1836 tot 1838 |
| - | |
president departementaal Bestuur Departement van de Amstel |
| - | |
substituut-officier van justitie te Rotterdam, van 1838 tot 1846 |
| - | |
commissaris van de minister van Marine en Kolonien |
| - | |
rechter, van 1846 tot 1860 |
| - | |
raadsheer provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland, van 1860 tot 1871 |
| - | |
vice-president provinciaal gerechtshof van Zuid-Holland, van 1871 tot 1875 |
| - | |
lid gemeenteraad van Rotterdam |