| - | |
notaris te Sommelsdijk, van 1807 tot 1811 |
| - | |
vrederechter te Sommelsdijk, van 1811 tot 1817 |
| - | |
notaris te Sommelsdijk, van 1812 tot 21 januari 1863 |
| - | |
schout en secretaris van Nieuwe Tonge, van 1817 tot 1 januari 1826 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Holland voor de landelijke stand (Hellevoetsluis), van 2 juli 1822 tot augustus 1840 |
| - | |
burgemeester en gemeentesecretaris van Nieuwe Tonge, van 2 januari 1826 tot december 1851 |
| - | |
buitengewoon lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Holland, van 5 augustus 1840 tot 5 september 1840 |
| - | |
lid Provinciale Staten van Zuid-Holland voor de landelijke stand (Hellevoetsluis), van oktober 1840 tot 20 juli 1842 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor de provincie Zuid-Holland, van 20 juli 1842 tot 13 februari 1849 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Brielle, van 13 februari 1849 tot 20 augustus 1850 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zierikzee, van 7 oktober 1850 tot 26 april 1853 |
| - | |
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal voor het kiesdistrict Zierikzee, van 19 september 1854 tot 21 januari 1863 |
| - | |
Sprak in de Tweede Kamer hoofdzakelijk over waterstaatkundige onderwerpen |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de 25 leden die tegen de ontwerp-wet inzake de (vrijwillige) geldlening en buitengewone belasting op bezittingen stemden. Het voorstel werd met 32 tegen 25 stemmen aangenomen. |
| - | |
Eén der "Negenmannen" die in 1844 een initiatiefwetsvoorstel over Grondwetsherziening indienden |
| - | |
Behoorde in 1844 tot de meerderheid die tegen een wetsvoorstel stemde over het doen van huiszoekingen in het kader van de accijns op vlees. Het wetsvoorstel werd met 27 tegen 26 stemmen verworpen. |
| - | |
Behoorde in 1845 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel inzake onteigening ten algemene nutte stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 20 stemmen verworpen. |
| - | |
Behoorde in 1847 tot de meerderheid die tegen het wetsvoorstel over het stemrecht in steden en op het platteland stemde. Het wetsvoorstel werd met 31 tegen 27 stemmen verworpen. |
| - | |
Stemde in 1848 tegen hoofdstuk IX (over de waterstaat) van de Grondwetsherziening en alleen bij de eerste lezing tegen de additionele artikelen |
| - | |
Leidde als oudste lid in jaren in de jaren 1849-1852 en 1854-1862 steeds de eerste vergadering van de Tweede Kamer na opening van een nieuwe zittingsperiode. In 1849 leidde hij op 14, 15 en 16 februari de vergadering. |