| - | |
tewerkgesteld te Oberhausen (opgepakt tijdens razzia), tot 1944 |
| - | |
tijdelijk tolk bij het geallieerde leger in Duitsland, van maart 1945 tot mei 1945 |
| - | |
ambtenaar afdeling omzetbelasting, Belastingdienst te Rotterdam, 1945 (1 maand) |
| - | |
medewerker afdeling deblokkering van tegoeden, Bijkantoor "De Nederlandsche Bank", van 1945 tot november 1945 |
| - | |
part-time medewerker NEI (Nederlands Economisch Instituut), van april 1948 tot 1951 |
| - | |
economisch adviseur NCB (Nederlandse Christelijke Bond van Werknemers in Hout en Bouw), van 1 september 1951 tot 1 januari 1960 |
| - | |
medewerker afdeling sociale zaken, N.V. Philips' Gloeilampenfabriek te Eindhoven, van 1 januari 1960 tot 1 november 1961 (onderzoek naar nieuwe vestigingsplaatsen) |
| - | |
secretaris (belast met internationale zaken, sociaal-economische onderwerpen en scholing en vorming), CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond), van 1 november 1961 tot september 1966 |
| - | |
hoogleraar sociaal-economisch beleid, Erasmus Universiteit Rotterdam, van september 1966 tot 19 december 1977 |
| - | |
hoogleraar Stichting Bedrijfskunde (onderdeel Interuniversitair Instituut Bedrijfskunde), van 1973 tot 19 december 1977 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 20 september 1966 tot 19 december 1977 |
| - | |
fractievoorzitter ARP Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 18 juni 1973 tot 10 juni 1977 |
| - | |
minister van Sociale Zaken, van 19 december 1977 tot 11 september 1981 |
| - | |
lid Eerste Kamer der Staten-Generaal, van 30 juni 1981 tot 13 september 1983 |
| - | |
bouwdecaan studierichting economie, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht, van 1 augustus 1981 tot 1983 |
| - | |
buitengewoon hoogleraar sociaal-economisch beleid, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht, van 1983 tot 1985 |
| - | |
bijzonder hoogleraar sociaal-economisch beleid, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht, van 1985 tot 1995 |
| - | |
voorzitter WRR (Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid), van 1 september 1985 tot 1 juni 1990 |
| - | |
part-time hoogleraar sociaal-economisch beleid, Rijksuniversiteit Utrecht, Bella van Zuylen-wisselleerstoel, van juni 1990 tot 1991 |
| - | |
lid redactie "De Opbouw", blad van de Nederlandse Christelijke Bond van Werknemers in Hout en Bouw, van november 1951 tot 1960 |
| - | |
docent economie CISCA (Centraal Instituut voor Christelijke Sociale Arbeid), vanaf 1953 |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van juni 1955 tot 1960 |
| - | |
secretaris Nationale Woningraad |
| - | |
lid diverse CNV-commissies |
| - | |
lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1961 tot 1 april 1964 |
| - | |
lid dagelijks bestuur ICV (Internationaal Christelijk Vakverbond), vanaf november 1961 |
| - | |
lid bestuur Europese organisatie van het ICV |
| - | |
lid bestuur NGIZ (Nederlands Genootschap voor Internationale Zaken) |
| - | |
lid Commissie Internationale Vraagstukken van Werkgevers- en werknemersorganisaties in Nederland |
| - | |
lid Nederlandse delegatie naar de Algemene Vergadering van de VN (Verenigde Naties) te New York, 1962 |
| - | |
lid Nationale Raad van Advies voor Hulpverlening aan minder-ontwikkelde landen, vanaf 26 januari 1964 |
| - | |
plaatsvervangend lid SER (Sociaal-Economische Raad), van 1 april 1964 tot 1967 |
| - | |
lid Sociaal-Economisch Comité van de E.E.G., van 1964 tot 1966 |
| - | |
lid bestuur DAFN (Defence and Aid Fund Nederland), vanaf 1971 |
| - | |
decaan sociale faculteit Economische Hogeschool te Rotterdam |
| - | |
bemiddelaar bij stakingsconflicten (o.a. in 1972 in de metaalsector) |
| - | |
voorzitter Regionale Raad voor de Arbeidsmarkt van Zuid-Holland (voor 1977) |
| - | |
voorzitter Nederlandse Vereniging voor het Onderzoek van Arbeidsverhoudingen (voor 1977) |
| - | |
lid board of directors EDCS (Ecumenical Development Coöperativesociety) (voor 1977) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen KLM (Koninklijke Luchtvaart Maatschappij) |
| - | |
informateur (samen met Van Agt), van 10 april 1973 tot 23 april 1973 |
| - | |
informateur, van 20 juli 1977 tot 27 juli 1977 |
| - | |
fellowship Vanier-instituut te Ottawa, 1982 |
| - | |
decaan faculteit der economische wetenschappen, Rijksuniversiteit Limburg te Maastricht, van 1982 tot 1985 |
| - | |
lid Adviescommissie Voortgang Industriebeleid (commissie-Wagner) |
| - | |
lid Raad van Commissarissen ABN (Algemene Bank Nederland), vanaf september 1982 |
| - | |
lid Raad van Commissarissen uitgeverij Kok te Kampen |
| - | |
voorzitter onderzoekscentrum MERIT, Rijksuniversiteit Limburg |
| - | |
voorzitter raad van bestuur EDCS (Ecumenical Development Coöperativesociety), vanaf 26 juli 1983 |
| - | |
voorzitter AAR (Advies- en Arbitragecommissie Rijksdienst), van 17 oktober 1984 tot december 1996 (ter regeling geschillen tussen minister en centrales van overheidspersoneel over arbeidsvoorwaarden) |
| - | |
voorzitter onafhankelijke adviescommissie Sociaal-Economische Vernieuwing Rotterdam, 1987 |
| - | |
lid Centrale Commissie voor de Statistiek |
| - | |
bemiddelaar tussen regering en binnenschippers, september 1993 |
| - | |
lid Raad van Toezicht Kadaster, vanaf 1 mei 1994 |
| - | |
part-time adviseur inzake sociale vernieuwing gemeente Rotterdam, van 1 augustus 1990 tot 1997 (één dag per week) |
| - | |
onderzoeker inkomensvaststelling in de VWS-sector, van 1998 tot 1999 |
| - | |
docent Seniorenacademie Brabant |
| - | |
voorzitter Programmacommissie sociaal-economische gezondheidsverschillen, van 31 januari 1995 tot 2001 |
| - | |
adviseur Internationaal Sprekersbureau Assemblee |
| - | |
Bracht in 1978 een tijdelijke wet tot stand, die ingrijpen in de loonontwikkeling van niet-c.a.o.-inkomens mogelijk maakte. De behandeling in de Tweede Kamer van dit voorstel vond nog vóór het afleggen van de regeringsverklaring plaats. |
| - | |
Bracht in 1978 samen met de ministers De Ruiter en Wiegel de wet (Stb. 639) tot goedkeuring van het in 1961 gesloten Europees Sociaal Handvest tot stand, waarin onder meer het stakingsrecht van werknemers en overheidspersoneel werd erkend. Het wetsvoorstel was in 1964 ingediend door de ministers Veldkamp, Scholten en Toxopeus. |
| - | |
Bracht in 1978 samen met de staatssecretarissen De Graaf en Nooteboom een wet (Stb. 465) tot stand tot vervanging van de kinderaftrek door verhoging van de kinderbijslag, en voorts tot verhoging van de kinderbijslag voor het vierde en elk daaropvolgend kind vanaf 1979. Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door minister Boersma en de staatssecretarissen Mertens en Van Rooijen. |
| - | |
Bracht in 1978 samen met minister De Ruiter de Wet arbeid buitenlandse werknemers in het Staatsblad (Stb. 737), waardoor onder andere werkgevers die buitenlanders zonder vergunning in dienst namen strafbaar werden. Deze wet vervangt de Wet arbeidsvergunning vreemdelingen uit 1964. De vergunningplicht voor buitenlandse werknemers werd teruggebracht van vijf naar drie jaar. Het wetsvoorstel was in 1975 ingediend door minister Boersma en staatssecretaris Zeevalking en in 1976 door hen met succes in de Tweede Kamer verdedigd. |
| - | |
Bracht in 1979 samen met minister De Ruiter de wet Herziening van de Wet op de Ondernemingsraden (Stb. 448) tot stand waardoor de positie van ondernemingsraden werd versterkt; zij worden verzelfstandigd, krijgen recht op informatie en medezeggenschap over belangrijke besluiten ten aanzien van de bedrijfsvoering van een onderneming. Het wetsvoorstel was in 1976 ingediend door de ministers Boersma en Van Agt. |
| - | |
Bracht in 1980 de Arbeidsomstandighedenwet (Arbo-wet) (Stb. 644) tot stand, die regels bevat over de veiligheid, de gezondheid en het welzijn in verband met werk. De wet vervangt de veroudere Veiligheidswet en bevat naast regels over veiligheid op het werk ook bepalingen over de organisatie van de arbeid en de inrichting van arbeidsplaatsen. Ook specifieke wetten zoals de Caissonwet en de Silicosewet worden vervangen. Het wetsvoorstel was in 1977 ingediend door zijn voorganger Boersma. |
| - | |
Bracht in 1980 de wet op de niet-c.a.o.-inkomens tot stand, die de tijdelijke wet uit 1978 verving. De door de regering genomen beperkte loonmaatregel voor c.a.o.-inkomens kon daardoor ook van toepassing worden verklaard op niet-c.a.o.-inkomens. |
| - | |
Bracht in 1981 een wet (Stb. 416) inzake medezeggenschap in kleine ondernemingen tot stand. Aan de Wet op de ondernemingsraden wordt een hoofdstuk toegevoegd over medezeggenschap in ondernemingen met minder dan 100 werknemers. In ondernemingen met 10 tot 35 werknemers is een niet-geïnstitutionaliseerde (individuele) vorm van medezeggenschap toegestaan; in ondernemingen met tussen de 35 en 100 werknemers gelden andere regels voor facilitering en taken van de ondernemingsraad, ter voorkoming van nodeloze administratieve en financiële lasten. |