| - | |
Ontslagen op grond van een zuiveringsbesluit van de minister. Werd geïnterneerd en veroordeeld en tot 25 maart 1957 ontzet uit beide kiesrechten. |
| - | |
Na zijn toelating als lid wees het VVD-lid ir. Baas zijn medeleden op de houding die Adams tijdens de bezetting had aangenomen. Kreeg in de koffiekamer van de Eerste Kamer na afloop van deze vergadering een klap van Baas. |
| - | |
Voerde op 4 oktober 1966 in de Eerste Kamer het woord over een persoonlijk feit, te weten de tegen hem door ir. J. Baas (VVD) geuite beschuldigingen. Hem werd het woord ontnomen, nadat hij ook allerlei andere zaken (de Benelux en de E.E.G.) aan de orde had gesteld. Kon tijdens een daarop volgend debat de beschuldigingen niet voldoende weerleggen. |
| - | |
Hij vroeg op 15 oktober 1966 ontslag wegens "de onwaardige en bovenal onwettige bejegening" die hem, naar zijn zeggen, ten deel was gevallen |